Thonet, Geschichte
Thonet, Geschichte

Het begon allemaal met een stoel van gebogen hout. Hoe een materiaal en een idee de basis legden voor een bedrijf

Het verhaal van ons bedrijf begint bij meubelmaker Michael Thonet. Sinds hij in 1819 zijn eerste werkplaats oprichtte in Boppard am Rhein, staat de naam Thonet voor kwaliteit, innovatie en esthetiek. De geschiedenis van ons bedrijf is een indrukwekkend voorbeeld van hoe één gedachte eeuwenlang de belangrijkste drijfveer en inspiratiebron voor innovatieve ideeën kan zijn. 

 

Rond 1830 experimenteerde Michael Thonet met dunne houten latjes die hij in lijm kookte. Na een aantal jaren slaagde hij erin om de eerste meubels van gebogen hout te maken. De Oostenrijkse prins Metternich zag het talent van Michael Thonet en haalde hem in 1842 naar Wenen. In eerste instantie hield Thonet zich samen met zijn zoons bezig met het parket en het meubilair voor paleis Liechtenstein en paleis Schwarzenberg. Met fauteuil nr. 4, die hij maakte voor café Daum op de Kohlmarkt in Wenen, trad hij binnen in de wereld van de koffiehuizen. Dit nieuwe type stoel veroverde al snel een vaste plaats in de Weense koffiehuizen en legde daarmee de basis voor wat we tegenwoordig 'projectinrichting' noemen: het fabriceren van meubels voor zakelijke en publieke ruimten. 

Thonet, Geschichte
Thonet, Geschichte, Michael Thonet

Veel mensen die na de revolutie van 1848 werkloos waren geworden, vonden werk in de nieuwe Thonet-fabrieken. Voor het eerst werden er stoommachines in gebruik genomen en kwamen er bestellingen uit het buitenland binnen. Stoel nr. 14, de beroemde Weense koffiehuisstoel van massief gebogen hout, betekende de doorbraak voor de broers Thonet, die het bedrijf inmiddels van hun vader hadden overgenomen. Tegenwoordig is de stoel een icoon uit de meubelgeschiedenis. Van meet af aan slaagden de broers erin om nieuwe stromingen en technische snufjes in hun werk te integreren, vaak nog voordat ze uitgekristalliseerd waren. Hun ontwerpen presenteerden ze op moderne industrietentoonstellingen. Door de meertalige catalogi raakten de meubels van de broers Thonet al snel tot ver over de grens bekend. Het bedrijf groeide gestaag en door de opening van verkoopkantoren in het buitenland slaagden de broers erin een internationaal netwerk op te bouwen dat zich bezighield met de verkoop van Thonet-meubels.

 

Het jaar 1900 betekende een keerpunt in de geschiedenis van het bedrijf. In dat jaar haalden jugendstil-architecten als Josef Hoffmann, Adolf Loos, Otto Wagner en Marcel Kammerer het fabrieksontwerp uit de anonimiteit. Ze ontdekten de creatieve mogelijkheden van gebogen hout en brachten jugendstil en meubelen van gebogen hout bij elkaar. 

 

Op deze periode volgde een tijd van ontnuchtering. Na de Eerste Wereldoorlog hadden de burgerlijke idealen afgedaan en werden vervangen door de 'Nieuwe Zakelijkheid'. Deze stroming vond haar oorsprong in de jaren 20 van de vorige eeuw en kenmerkte zich door een voorkeur voor strakke en eenvoudige vormen. Voor de Bauhaus-architecten vormde de Weense fauteuil van de Thonet-broers het ideaalbeeld van een modern zitmeubel als uitdrukking van een moderne geest. De architecten werkten echter ook graag met een ander materiaal dat net zo eenvoudig en eerlijk was als gebogen hout: stalen buis. De uitvinding van de toentertijd revolutionaire meubelen van koud gebogen stalen buis luidde een nieuw tijdperk in de meubelgeschiedenis in. Nog steeds bestaat een aanzienlijk deel van de Thonet-collectie uit stalen buismeubelen. Rond de jaren 30 van de vorige eeuw was het bedrijf de grootste producent wereldwijd van deze nieuwe meubelen, die waren ontworpen door onder andere Mart Stam, Ludwig Mies van der Rohe en Marcel Breuer. 

Thonet, Stahlrohr, Geschichte
Thonet, Geschichte, Stahlrohr

Thonet, Geschichte

In de Tweede Wereldoorlog gingen de Thonet-fabrieken in alle Oost-Europese landen door onteigening verloren. Het verkoopkantoor op de Stephansplatz in Wenen was verwoest. Tussen 1945 en 1953 bouwde Georg Thonet, achterkleinzoon van oprichter Michael Thonet, de eveneens volledig verwoeste fabriek in Frankenberg an der Eder weer op. In korte tijd stond het bedrijf er weer goed voor en zocht men opnieuw de samenwerking met excellente ontwerpers. Egon Eiermann, Verner Panton, Eddie Harlis, Hanno von Gustedt, Rudolf Glatzel, Pierre Paulin, Gerd Lange, Hartmut Lohmeyer, Ulrich Böhme en Wulf Schneider, Alfredo Häberli, Christophe Marchand, Lord Norman Foster, Delphin Design, Glen Oliver Löw, James Irvine, Piero Lissoni, Lievore Altherr Molina, Naoto Fukasawa, Lepper Schmidt Sommerlade, Hadi Teherani, Läufer + Keichel – de lijst met ontwerpers die de afgelopen 70 jaar met Thonet hebben samengewerkt en dat nog doen, is lang en prominent.

 

Tot op de dag van vandaag leeft de erfenis van Michael Thonet, die met een materiaal en een idee meubelgeschiedenis schreef, in onze meubels voort. Tegenwoordig is de zesde generatie Thonets actief betrokken bij het reilen en zeilen van het familiebedrijf. 

Thonet, Produktion