Development mode
100 Jahre Bauhaus, Thonet, Bauhaus

 

Stalen buismeubels van Thonet – een uitvinding uit de Bauhaus-tijd

De vorm en de uitstraling van stalen buismeubels zijn voor ons iets vanzelfsprekends, de meubels zelf inmiddels uitgegroeid tot iconen uit de designgeschiedenis. Kunsthistorici en materiaalonderzoekers houden zich al lang bezig met het ontstaan van deze innovatieve ontwerpen. Wanneer zijn welke ontwerpen precies ontstaan? In hoeverre hebben de eerste ontwerpers elkaar wederzijds beïnvloed? Na de Eerste Wereldoorlog raakt Duitsland in een crisis die niet alleen de samenleving en de politiek, maar ook de kunst op haar grondvesten doet trillen en de weg vrijmaakt voor veranderingen. Terwijl in 1919 in Weimar het Bauhaus wordt opgericht, vergadert in het naburige theater het parlement over de grondwet van de Republiek van Weimar en splijt het Verdrag van Versailles de samenleving.

 

 

Thonet, 100 Jahre Bauhaus, Stahlrohr

Verschillende ontwerpers, architecten en ambachtslieden beginnen onder invloed van het expressionisme en de Nederlandse beweging De Stijl te zoeken naar nieuwe technieken en vormen. Meubelontwerpers beginnen te experimenteren met het materiaal stalen buis. Meerdere factoren dragen bij aan de bekendheid en het aanhoudende succes van de stalen buismeubelen van Thonet. Een factor is de stroming van het Nieuwe Bouwen met zijn veelzijdige ideeën. Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor het Bauhaus als esthetisch-cultureel referentiepunt en opleidingsinstituut. Politieke veranderingen, maar ook interne ontwikkelingen, hebben ertoe geleid dat het instituut verschillende keren is veranderd van strategie en locatie. Het Bauhaus is het geestelijk ijkpunt, maar niet de fysieke locatie waar de nieuwe meubels worden geproduceerd. Dat gebeurt bij Thonet, dat toen al naam had gemaakt met zijn veelzijdige collectie buighouten meubels. De internationale groeistrategie van het bedrijf sluit perfect aan bij de ambities van de ontwerpers die zich bezighouden met modulaire vormgeving. Hoewel Thonet pionier is op het gebied van modulaire meubelproductie, is Michael Thonet niet de enige. Ook andere voortrekkers van het modernisme als Josef Hoffmann, Adolf Loos en Bruno Paul hebben demonteerbare meubels van gebogen hout ontworpen, die als losse elementen geproduceerd kunnen worden.

Thonet, 100 Jahre Bauhaus

 

Esthetisch-functionele nieuwe start

Halverwege de jaren 20 keert de rust op politiek gebied weer en is ook de hyperinflatie onder controle. Dit luidt een korte fase van stabiliteit in. In veel Duitse steden begint men huizen te bouwen in de stijl van het Nieuwe Bouwen. De traditionele manier van inrichten uit de jaren voor de oorlog met massieve meubels en volle kamers past echter niet meer bij deze nieuwe, zakelijke bouwwijze. Het is tijd voor een andere interieurstijl – een kolfje naar de hand van een nieuwe generatie ontwerpers, die de functie van het meubelstuk centraal stellen. Zo ontstaan vernieuwende meubels, waarvan de belangrijkste nog steeds door Thonet worden geproduceerd. Verschillende ontwerpers hebben in deze ontwikkeling een voortrekkersrol gespeeld, onder wie de Hongaar Marcel Breuer, die als eerste meubels ontwerpt van stalen buis, de Nederlander Mart Stam die de eerste achterpootloze stoel ontwerpt en de Duitser Ludwig Mies van der Rohe, die deze kraagstoel verder ontwikkelt tot een esthetisch verend object: de sledestoel. Weliswaar zijn de stijl van ontwerpen en de achterliggende gedachte voor elk van de drie ontwerpers verschillend, ze hebben echter een ding gemeen: hun veranderde opvatting over het leven in een moderne wereld. Alle drie zijn ze gevormd door het Bauhaus, maar hun baanbrekende ontwerpen zijn in een andere context tot stand gekomen.

 

 

 

In drie stappen naar een meubelinnovatie

De experimenten van de aan het Bauhaus opgeleide timmerman Marcel Breuer vormen de opmaat voor de innovatie op meubelgebied. Als jonge meester en hoofd van de timmermanswerkplaats is hij beïnvloed door de Nederlandse beweging De Stijl, met name door Gerrit Rietveld. In Weimar heeft hij een expressieve Afrikaanse stoel ontworpen. In 1925, terwijl het Bauhaus bezig is met de verhuizing naar Dessau, begint hij zijn kennis en vaardigheden op materiaalgebied te verbreden. Dit doet hij in samenwerking met anderen, vermoedelijk onder andere met een mecanicien van vliegtuigbouwer Junkers uit Dessau.

 

Bij de keuze voor het materiaal laat Breuer zich inspireren door het glanzende gebogen stuur van zijn nieuwe fiets. Hij probeert om fietsproducent Adler uit Frankfurt bij zijn project te betrekken als productiepartner of leverancier van materiaal, maar dat mislukt. Het weerhoudt Breuer er niet van om binnen korte tijd een collectie meubels te ontwerpen, die hij onder meer gebruikt voor de inrichting van het nieuwe Bauhaus-gebouw en voor de woningen van de docenten, die Walter Gropius ontwerpt. Zo zijn de huidige Thonet-bijzettafels B 9 als hocker terug te vinden in de Bauhausgebouwen, waaronder in de kantine. Ook de stalen buis-klapstoelen in de aula zijn een ontwerp van Breuer. In 1926 richt hij samen met zijn landgenoot Kálmán Lengyel in Berlijn het bedrijf Standard-Möbel op, dat is gericht op de productie en verkoop van stalen buismeubels. De collectie bevat verschillende meubels, maar geen sledestoel van stalen buis. “Bij een moderne ruimte horen metalen meubels”, schrijft Breuer. “Meubels en zelfs de muren van een vertrek zijn niet meer massief of monumentaal, [...] maar vormen luchtig geplaatste scheidingen binnen de ruimte en zijn geen beletsel meer voor het bewegen of kijken door de ruimte.”

 

 

De jongste architect die betrokken was bij de tentoonstelling ‘Die Wohnung’ in Stuttgart (1927) was de Nederlander Mart Stam. In de Weißenhof-Siedlung realiseert hij een rijtjeshuis met drie wooneenheden. Organisator van de tentoonstelling is de Deutscher Werkbund, het masterplan is van Ludwig Mies van der Rohe, die ook de kunstzinnige leiding heeft. In november 1926 heeft hij in een hotel in Stuttgart een bespreking met Stam, Le Corbusier en de jonge architect Heinz Rasch. In een artikel in de krant Stuttgarter Tageblatt beschrijft Heinz Rasch de ontmoeting als volgt: “Stam pakte de uitnodiging voor de bruiloft van Willi Baumeister, die op tafel lag, en schetste op de achterkant een meubel dat hij kort ervoor had ontworpen voor zijn zwangere vrouw. Het bestond uit tien even lange gasbuizen, die met kniestukken aan elkaar waren gekoppeld. Een houten plaat fungeerde als zitting.” 

 

 

Thonet, Geschichte, Stahlrohr

In de aanloop naar de tentoonstelling een jaar later werkt Stam het idee verder uit en wordt daarbij ondersteund door een metaalbedrijf uit de buurt. Stam wil “de dunste buis met de kleinste straal” hebben. Aanvankelijk leidt dit tot problemen met de stabiliteit. Om ervoor te zorgen dat de stoel niet in elkaar zakt, gebruikt hij ijzeren inlegstukken. De naam van deze stoel op twee poten: ‘kraagstoel’, een verwijzing naar het uitstekende element (in het Duits ‘auskragen’), wat kenmerkend is voor de moderne architectuur. Wippen of schommelen kan zijn stoel niet, maar dat doet aan het revolutionaire karakter van het ontwerp geen afbreuk. Het zet de meubelbranche op zijn kop en leidt tot een fundamenteel andere manier van ontwerpen.

 

Stam heeft belangstelling voor maatschappelijke veranderingen en de rol die bouwprojecten daarin kunnen spelen. Soberheid is voor hem de norm en dat komt ook terug in zijn interieurconcepten. Een van zijn drie appartementen in de Weißenhof-Siedlung richt hij in met buighouten meubels van Thonet. Bij het tweede appartement kiest hij voor zwartgelakte achterpootloze meubels van metaal. Het derde appartement richt hij in met eigen ontwerpen: vernikkelde meubels met een metalen glans, maar zonder uitstekende elementen. Twee dagen voor de opening heeft Mies van der Rohe octrooi aangevraagd op zijn stalen buisfauteuil. Anders dan Stam gaat hij niet voor soberheid, maar combineert hij eenvoud met royale lijnen. Zijn kraagstoelen hebben aan beide zijden een grote gebogen lijn in de vorm van een halve cirkel. Mies van der Rohe kiest voor een esthetisch totaalconcept en gaat hierin verder dan Breuers eerste ontwerpen en de sledestoel van Stam. In tegenstelling tot deze eerste stalen buismeubels heeft Mies’ fauteuil (nu Thonet S 533) een verend effect. Mies van der Rohe kan deze eerste sledestoel van koud gebogen stalen buis echter pas aan het einde van de tentoonstelling in de Weißenhof-Siedlung presenteren. Zijn ontwerp is een eyecatcher in elke inrichting, een sculptuur die zich om de persoon in de stoel heen voegt.

 

Massaproductie en doorbraak

In die jaren spelen veel ontwerpers met de mogelijkheden van stalen buis en gaan op zoek naar de grenzen van het materiaal. Mart Stam uit echter scherpe kritiek aan deze ‘meubelkunstenaars’. Voor hem zijn vormen die niet voldoen aan zijn hoge ascetische principes, niets meer dan “onmogelijke stalen macaronimonsters”. In het studiejaar 1928/29 doceert Stam Stedenbouw aan het Bauhaus in Dessau. Breuer heeft de rechten op zijn meubelontwerpen inmiddels overgedaan aan Standard-Möbel, dat in 1929 wordt overgenomen door Thonet. Het bedrijf wordt verkocht door de toenmalige eigenaar Anton Lorenz, die een licentieovereenkomst had gesloten met Mart Stam en zich bezighield met de juridische zaken tegen concurrenten en plagiaatplegers. Later wordt hij ook adviseur voor Thonet.

 

 

In 1930 begint de nieuwe staalafdeling van Thonet met de productie van stalen buismeubels. 70 jaar na de introductie van Thonet-model nr. 14 van buighout (nu model 214) legt het bedrijf hiermee de basis voor een nieuwe, omvangrijke collectie meubels van stalen buis. In de loop der tijd slaagt Thonet erin om de technische vormgeving en productie steeds verder te perfectioneren. Breuer werkt Stams principe van de kraagstoel verder uit en ontwerpt nieuwe modellen voor Thonet, zoals sledestoel 32 (met armleuningen S 64) – een voortzetting van Stams kubistische vorm met een zitting en rugleuning van gebogen hout en een bekleding van Weens vlechtwerk. Het is deze combinatie van traditionele en nieuwe materialen die uiteindelijk voor de grote doorbraak zorgt. Tot op de dag van vandaag is deze sledestoel het best verkochte stalen buismeubel. 

 

In 1930, midden in de crisisjaren, presenteert de Deutscher Werkbund op uitnodiging van de Société des Artistes Décorateurs in het Grand Palais in Parijs een volledig ingerichte flat naar een ontwerp van Walter Gropius. Hier presenteert Marcel Breuer voor het eerst ook zijn Thonet-fauteuil S 35. Terwijl Stam zich in Frankfurt als architect bezighoudt met woningen voor de armen, slaat Gropius met de Werkbund-tentoonstelling een andere weg in, waaraan Mies van der Rohe in 1931 een vervolg geeft tijdens de bouwtentoonstelling in Berlijn. Gropius en Mies geven moderne woonvormen een luxe interpretatie en harmonische uitstraling met in elkaar vloeiende ruimten, glanzende stalen buismeubels en chique houtelementen. Ook in zijn tijd als directeur aan het Bauhaus (1930-1933) legt Mies bewust de focus op deze richting. Daarmee gaat hij lijnrecht in tegen het motto van zijn voorganger Hannes Meyer ‘Volksbedarf statt Luxusbedarf’, oftewel ‘de behoefte van de gewone man gaat vóór de luxebehoefte’. Ludwig Mies van der Rohe zag zichzelf echter nooit als typische Bauhausarchitect. Zijn werk ervoor en erna is ook te belangrijk om in hem alleen een Bauhaus-architect te zien.

 

 

1 / 15

Glanzende toekomst

Beide principes, die van luxe en die van eenvoud, spelen bij het ontwerpen van meubels tot op de dag van vandaag een belangrijke rol. Ze worden echter niet meer als tegenpolen beschouwd. Vanaf eind jaren 30 hebben Breuer, Gropius en Mies van der Rohe vanuit Amerika de ontwikkeling van de zakelijke ‘International Style’ in architectuur en interieur beïnvloed. Stalen buismeubelen vormen een niet meer weg te denken esthetisch accent in elke inrichtingsstijl. Deze vernieuwende stroming binnen de architectuur heeft de weg vrijgemaakt voor een zakelijke kantoorinrichting die is gebaseerd op de principes van esthetische eenvoud.

 

Stalen buismeubels waren en zijn continu onderhevig aan trendbewegingen. Deze worden door Thonet opgepakt en verder ontwikkeld. Critici, ook onder de modernisten, zijn van mening dat stalen buismeubelen koud en ongezellig zijn. Maar in de hedendaagse interieurconcepten hebben deze meubels een andere rol gekregen: die van klassiekers die zich uitstekend laten combineren met andere stijlen. Thonet heeft al vroeg het recht op de stalen buismeubels veiliggesteld. In 1961 kent het Duitse federale gerechtshof Mart Stam het auteursrecht toe op zijn ontwerpen. De ontwerpen van Marcel Breuer en Ludwig Mies van der Rohe zijn in Duitsland als ‘werken van toegepaste kunst’ auteursrechtelijk beschermd. Dankzij de grote vakkennis van de productiemedewerkers worden deze klassiekers bij Thonet nog steeds geproduceerd in een combinatie van handwerk en moderne techniek. De klassieke meubels zijn echter geen museumstukken, maar maken deel uit van het actuele portfolio. Voor de collecties Pure Materials, Classics in Colour en Thonet All Seasons worden ze in een modern jasje gestoken of geschikt gemaakt voor gebruik buiten. Niet voor niets was de lange levensduur van stalen buis voor Marcel Breuer al een factor van belang. Dit blijkt wel uit de inrichting van de natuurwetenschappelijke leeszaal van de Duitse Nationale Bibliotheek in Leipzig, waar stalen buisstoelen S 43 uit de jaren 30 nog steeds in gebruik zijn.